De rammelaars

HochetWat doet een verzameling rammelaars in een museum gewijd aan het boek? Meer dan 20 jaar geleden verwierf de Bibliotheca Wittockiana een verrassende, ongewone en unieke collectie. De neef van Michel Wittock, Idès Cammaert schonk het museum zijn verzameling rammelaars – alles samen zo’n 500 stuks –, het resultaat van een passionele zoektocht die 30 jaar in beslag nam. Tegenwoordig geldt dit ensemble nog steeds als de belangrijkste privécollectie in haar soort. De meeste rammelaars werden aangekocht bij antiekhandelaars, opkopers of op openbare veilingen. Tijdens zijn vele reizen in het buitenland was Idès Cammaert altijd op zoek naar stukken die zijn collectie konden verrijken. Daaruit groeide deze buitengewone verzameling rammelaars uit alle uithoeken van wereld die een periode van niet minder dan 4.000 jaar bestrijkt. Volgens de overlevering werd de rammelaar uitgevonden door Archytas van Tarentum (geboren ca. 440 v.Chr.). In werkelijkheid is dit vertederende voorwerp tijdloos en kan het worden beschouwd als het oudste speelgoed ter wereld. Het nut ervan gaat echter verder dan dat van een speeltje om kinderen te verstrooien. De eigenschappen die we eraan toeschrijven worden vaak weerspiegeld in de gebruikte materialen: heel eenvoudige (gedroogd fruit bijvoorbeeld, een granaatappel waarvan de pitten bij het schudden een ritmisch geluid maken, of aardewerk) maar ook heel kostbare zoals goud, verguld zilver, zilver, parelmoer, ivoor, koraal of bergkristal. De rammelaar, die in alle culturen en alle tijden voorkomt, mag echter niet louter als speelgoed worden gezien. Hij deed ook vaak dienst als fopspeen of als bijtstok. Duizenden jaren werd hij ingezet als talisman of amulet die de baby voor ziekten en hekserij behoedde en – niet te vergeten – hij kon ook een uiterlijk teken zijn van de welstand van het gezin.