Valère-Gille en La Jeune Belgique

Valère-GilleDe dichter en schrijver Valère-Gille, grootvader van moederskant van Michel Wittock, werd in 1867 geboren in een Brussels, Franstalig burgergezin. Na zijn rechtenstudies aan de Leuvense Universiteit werkte hij vanaf 1887 voor het literair tijdschrift La Jeune Belgique, waarvan hij twee jaar later de leiding zou nemen. Met een aantal medewerkers, onder wie Ivan Gilkin en Albert Giraud, sloot hij een hechte vriendschap. Hij zou een belangrijke, bemiddelende rol spelen tussen het tijdschrift en dichters als Emile Verhaeren en Georges Rodenbach die zich kritisch uitlieten over de style parnassien van La Jeune Belgique. Zelf waren Verhaeren en Rodenbach aanhangers van het symbolisme. Het is ook onder leiding van zijn grootvader dat het tijdschrift werk publiceerde van talrijke hedendaagse Franse dichters zoals Stéphane Mallarmé, Henri de Régnier, Joris-Karl Huysmans en Gustave Kahn.

Als dichter bracht Valère-Gille zelf niet minder dan acht bundels uit. La Cithare (Parijs, 1897) werd bekroond door de Académie française. Hij heeft ook een aantal toneelstukken op zijn naam staan. In 1925 en nog eens in 1946 werd hij tot directeur benoemd van de Académie royale de Langue et de Littérature françaises de Belgique, waar hij vaak academische lezingen gaf, onder meer toen Colette (1936), Charles Plisnier (1938) en Paul-Henri Spaak (1947) er werden ingehaald.

Michel Wittock heeft de studeerkamer van zijn grootvader nauwkeurig gereconstrueerd met het originele, speciaal daartoe door architect Paul Hankar ontworpen art-nouveaumeubilair. De meeste boeken uit zijn grootvaders bibliotheek zijn door de auteur zelf gesigneerd met een handgeschreven opdracht. Er bevindt zich ook een rijke verzameling archiefdocumenten, vooral brieven van Koning Albert I, beeldende kunstenaars die hun medewerking aan La Jeune Belgique hebben verleend (James Ensor, Odilon Redon, Fernand Khnopff enz.), Belgische schrijvers en prominente figuren uit de Belgische literatuur, en Gilles talrijke Franse vrienden. Alle brieven – enkele duizenden – worden afzonderlijk in cellofanen mapjes bewaard en zijn zorgvuldig opgeborgen in speciaal daartoe ontworpen dozen van Liliane Gérard en haar studenten boekbindatelier van La Cambre.